Kinderoefentherapie

Bewegen is essentieel voor de ontwikkeling van een kind. Maar dat kinderen huppelen, springen en spelenderwijs leren is niet altijd vanzelfsprekend. Sommige kinderen zijn motorisch niet zo handig als andere kinderen. Ook zijn er kinderen die angstig, geremd of gespannen zijn tijdens het bewegen.

Kinderoefentherapie helpt kinderen met motorische problemen, waardoor bewegen makkelijker en plezieriger wordt. Plezier heeft een positieve uitwerking op de motorische ontwikkeling en het zelfvertrouwen van een kind. Misschien herkent u in een van onderstaande voorbeelden uw kind!

  • Hij valt zo vaak
  • Los fietsen lukt maar niet
  • Het zwemmen wil telkens niet lukken
  • Het handschrift is slordig en gespannen
  • Mijn baby is een billenschuiver
  • Alleen de tv en computer boeien haar
  • Hij wil niet buiten spelen

Wat doet de kinderoefentherapeut?

Kinderoefentherapie is een specialisatie van de Oefentherapie Cesar en Mensendieck. Bij de behandeling van kinderen wordt, net als bij de algemene oefentherapie, aangesloten bij de dagelijkse vaardigheden, houdingen en bewegingen. Bij kinderen staat daarbij vooral spelen op de voorgrond. Klimmen, springen en bal gooien zijn belangrijke vaardigheden voor kinderen om te leren. Dit geldt ook voor knippen, knutselen en schrijven. Soms blijven kinderen zonder duidelijke reden achter op leeftijdsgenoten, soms is er een afwijkende ontwikkeling, bijvoorbeeld bij de diagnose DCD. bewegen door andere factoren wat trager. Bij diagnoses als NLD, ADHD en dyslexie kunnen ook motorische problemen voorkomen.

Kinderoefentherapie helpt kinderen met motorische problemen, waardoor bewegen makkelijker en plezieriger wordt.

Onderzoek

Na aanmelding wordt een motorisch onderzoek afgenomen. Er wordt gekeken naar de motorische ontwikkeling van het kind, met als achtergrond de voorgeschiedenis en hulpvraag. De onderdelen van de motoriek die aan bod komen zijn evenwicht, grove motoriek, fijne motoriek, ooghand coördinatie, schrijven, lichaamsschema, ruimtelijke oriëntatie en houding. Tijdens dit onderzoek wordt een eerste indruk gekregen van het gedrag van het kind. Factoren als concentratie, impulsiviteit en faalangst worden geobserveerd. Van belang is ook de leerstrategie van het kind. Op deze manier kunnen we beoordelen wat de mogelijkheden van uw kind zijn en waar de problemen liggen. De resultaten, behandeldoelen en behandelplan worden weergegeven in een verslag en dit wordt besproken met ouders/ verzorgers.

Behandeling

Het individuele behandelplan wordt op een zodanige manier aangeboden dat het kind plezier beleeft aan bewegen en zich vaardigheden spelenderwijs eigen maakt. Tijdens de behandeling worden zowel voorwaarden voor als vaardigheden binnen de motoriek aangepakt. Hierbij wordt de aanpak aangesloten op de belevingswereld en interesse van het kind. Uitdagen en ondersteunen zijn daarbij sleutelwoorden in de aanpak en begeleiding. Uiteraard wordt er tijdens de periode van behandelen afgestemd met ouders, verzorgers en leerkracht over de vorderingen van de behandeling en over eventuele begeleiding thuis of in de klas.

Kinderoefentherapie bij baby's

Indicaties voor kinderoefentherapie voor baby's kunnen zijn:
- motorische onrust en veel huilen
- passiviteit, trage ontwikkeling
- hyperactiviteit en overstrekken
- voorkeurshouding eventueel in combinatie met schedelafplatting en eenzijdig bewegen

De laatste jaren zijn er veel ontwikkelingen op het gebied van baby's met een voorkeurshouding en afplatting van het achterhoofd en daarnaast het onderzoeken en behandelen van deze kinderen.

Definitie voorkeurshouding

We spreken van een voorkeurshouding als de baby:
- driekwart van de tijd het hoofd naar een zijde gedraaid heeft
- het volgen met ogen en hoofd naar de niet-voorkeurszijde onvoldoende is (vanaf 8 weken)
- de beweeglijkheid van de nek normaal is (wanneer de baby begeleid wordt bij het draaien van zijn hoofd)
(Boere-Boonekamp, Pediatrics 2001)

Behandeling

De eerste afspraak vindt meestal thuis plaats om een goede indruk te krijgen van de omgeving en situatie van het kind. Ook kunnen er zo nodig tips worden gegeven over bijvoorbeeld de inrichting, de plaats van het bedje, etc., die van invloed kunnen zijn op het gedrag van de baby. In de meeste gevallen zal er vervolgens een motorisch onderzoek plaatsvinden .Ook kan er een hoofdmeting gedaan worden. Hiermee kan worden bepaald hoe ernstig een eventuele afplatting van het hoofd is. De meting gebeurt met behulp van een flexibel bandje en is volkomen pijnloos. De uitkomst hiervan wordt met de ouders besproken. De huisarts en/of het consultatiebureau krijgen ook een verslag. De behandeling bestaat uit tips en adviezen m.b.t. het omgaan en spelen met de baby, oefeningen om bepaalde bewegingen te stimuleren of bijvoorbeeld om de baby te helpen ontspannen.

Meer informatie

Wilt u toelichting of heeft u vragen over de motoriek van uw kind? Neem gerust contact op. Als er wordt getwijfeld over de motorische ontwikkeling van uw kind is het raadzaam om nader onderzoek te laten doen. Het geeft u inzicht in wat uw kind wel of niet kan en u krijgt gericht advies over het ondersteunen en begeleiden van uw kind.