De methode naar Marsman

De methode naar Marsman is een - in Nederland ontwikkelde - open, praktisch neurofysiologisch en mechanisch gefundeerde methode om functiestoornissen van het bewegingsapparaat te begrijpen. Deze methode is zeer goed inpasbaar te maken in elke andere methode, zonder deze concurrentie aan te doen. De diagnostische benadering ervan wordt ook gebruikt in de revalidatie m.b.t. toegepaste oefentherapie en aanpassingen en vindt ook zijn weg in de sport ter optimalisering van de resultaten op bewegingstechnisch niveau.

Jaap Marsman, manueel therapeut en de grondlegger van een in de jaren '70 door Van der BIjl verlaten methode, was van oorsprong fysiotherapeut en werkzaam in de regio Twente in Nederland. Marsman ontwikkelde een theorie gebaseerd op enkele eenvoudige bewegingswetten die gerelateerd werden aan de voorkeursbewegingen van het individu. Aan de hand van voorkeursbewegingen, driedimensionaal passief bewegingsonderzoek in verschillende uitgangshoudingen en palpatie, werd het voorkeurspatroon van een patiënt bepaald. De behandeling bestond uit passieve mobilisatie van bewegingsbeperkingen, andere dan het individuele voorkeurspatroon.

Marsman ontwikkelde een theorie gebaseerd op enkele eenvoudige bewegingswetten die gerelateerd werden aan de voorkeursbewegingen van het individu.

De moderne versie van de methode naar MARSMAN verbindt de huidige biomechanische inzichten van de massa-dynamica op een begrijpelijke en verfrissende wijze met de voorkeur van het houdings- en bewegingspatroon. Middels oefentherapie in de vorm van specifieke passieve en isometrische mobilisatietechnieken kunnen myogene en arthrogene functiebeperkingen in nauwe samenhang met de individuele kinesiologische keten worden opgeheven. De technieken worden afhankelijk van de orthopedische, neurologische en de houdings- en bewegingsanalyse uitgevoerd, maar met de fysisch/mechanische achtergrond van de compressie/shift-theorie.

De therapeut kan aan de hand van specifieke testen precies zien wat bepaalde voorkeuren van mensen zijn. Een heel simpel voorbeeld hiervan is dat iemand links- of rechtshandig/benig is. Hier wordt rekening mee gehouden tijdens deze behandeling. De therapeut gaat dan ook niet uit van een symetrisch lichaam